Van pauwenkop tot ploegende boer

0

Ooit, lang geleden, gluurde de jonge Mathijs Bouma, voordat hij naar school ging, even door de raampjes van een van de theehuisjes op het Bolwerk van Franeker. Binnen stonden een ezel en een oude stoel en her en der lagen andere schildersbenodigdheden, zoals penselen, verftubes en vieze doeken. 

Omdat de nieuwsgierige jongen van het ‘gluren’ een gewoonte maakte, kon het niet anders, dan dat hij op een bepaald moment Tjeerd Tuinstra tegen het lijf zou lopen. De gebruiker van het atelier. Een grote, markante man met een dwingend uiterlijk. De kunstschilder. Hoekig, grijze lokken, grote bril, pijp in de mond en een sikje. Kinderen die hem niet kenden, waren misschien wel een beetje bang voor hem, want Tuinstra was wat ‘apart’ op het eerste gezicht. Maar bang zijn hoefde niet. Tuinstra was een aardige man en praatte graag met mensen. Cultuurliefhebbers waren van harte welkom in zijn atelier. En omdat Mathijs geïnteresseerd was in kunst, mocht hij binnenkomen. Later zou Tuinstra hem zelfs les geven.

Inmiddels zijn we een ruim zestig jaar verder in de tijd. De jonge Mathijs heet nu meneer Bouma en exposeert, samen met zes andere leden van de Sociëteit van ECR Kening State, zijn werk in de gangen van voormalig Groot Lankum. Locatiemanager Simmie Koekkoek van ECR Kening State (ECR staat voor European Care Residences) opende zaterdag 21 april de derde expositie. De eerste twee bestonden uit het werk van bewoners van ECR Kening State. De huidige zeven exposanten zijn lid van de Sociëteit. Drie wonen op de locatie, de anderen bezoeken een of meer dagen per week de Sociëteit, in het gebouw, in het kader van dagbesteding op basis van een WMO of WLZ-indicatie. Kunstzinnig, creatief bezig zijn is een van de activiteiten en dat betekent dat de leden onder andere kunnen tekenen, schilderen of werken met klei of speksteen. Sommigen ontwikkelen pas in de nadagen van hun leven hun creatieve talenten, waaronder de heren Hans van der Kamp, Geert Ringewolle en Hofkamp. Sjoerd Gort, Douwe van der Zee, Mathijs Bouma en mevrouw Van der Woude – Hettinga schilderen al heel lang. Douwe van der Zee doorliep de kunstacademie Minerva in Groningen en mag zich beroepskunstenaar noemen.

Niet achter de geraniums

Simmie Koekkoek is trots op de huidige expositie en vooral op de zeven mensen die het werk hebben gemaakt. Het gaat immers om mensen die de zestig jaar ruim zijn gepasseerd en om wat voor reden dan ook, niet meer zelfstandig door het leven kunnen gaan. “Iedereen wil oud worden, maar oud zijn valt soms niet mee”, hield ze haar gehoor voor. Ze typeerde oud-worden als een proces, een ontwikkeling, die onder andere inhoudt, dat je veel moet loslaten en dat is niet gemakkelijk, aldus mw. Koekkoek. “Ik denk dat deze fase in je leven heftiger is dan de puberteit.” Toch moeten de mensen die oud mogen worden, ook door deze fase heen en dat kun je leren, was haar boodschap. Het beste is om je te blijven ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Niet thuis gaan zitten niksen. Bijvoorbeeld meedoen aan de activiteiten die de Sociëteit biedt, aldus Koekkoek. En dat het werkt, blijkt uit het resultaat, dat nu aan de muren van het gebouw hangt. Koekkoek is er reuze trots op en dat zijn de kunstenaars zichtbaar ook. 

De Sociëteit

En ook creatief therapeut Titia de Jong straalde. Samen met tien vrijwilligers en stagiaires van de Friese Poort en de Praktijkschool Sneek geeft zij leiding aan de Sociëteit, waar zo’n tien tot twaalf leden lid van zijn. Titia: “Ze komen uit de hele gemeente Waadhoeke. Wij doen natuurlijk veel meer dan alleen schilderen en tekenen. Wij stimuleren de leden om te doen wat hen het beste ligt.” Feit is, dat er bij activiteiten als tekenen, schilderen en boetseren iets overblijft. Een product, dat aan de wand kan hangen of op een tafel kan staan. En dat heb je niet bij andere activiteiten zoals bijvoorbeeld; wandelen, lezen of sport en spel. De vrijwilligers Wilma van de Brug en Gerda Booy hebben de tentoonstelling ingericht. Maar dat was niet eenvoudig, want de werken verschillen enorm in afmeting, onderwerp en niveau. Een expositie inrichten is niet eenvoudig. Ieder werk moet tot z’n recht komen en smalle donkere gangen zijn niet de ideale expositieruimtes. Maar het is gelukt.

Geboetseerde zwanen

Douwe van der Zee bijt in de hal van het gebouw het spits af met zijn baviaan in pak, compleet met stropdas. De kijker moet enige afstand nemen om de ogen van het beest tot hun recht te laten komen. Kijker en aap glimlachen elkaar toe. Wat zou de aap denken, dacht ik een moment. Een schilderij met dubbele bodem. Het werk van Van der Zee toont een ontwikkeling. Van zijn hand een ‘pop-art’ achtig schilderij met harde lijnen, een felle kleurrijke pauwenkop en grote handen gepenseeld of geborsteld in vloeiende donkere tinten. Heel anders dan het werk van Bouma. Van zijn hand hangen er nostalgische taferelen aan de wand. Een ploegende boer, skûtsjes en een boerderij. Verder laat Bouma zien dat hij technisch in staat was, om de vleugelslag van een vogel op het doek te zetten. Niet alleen fysiek, maar de dieren vliegen nog echt ook, althans, zo komt het over. Zijn op het doek ‘geboetseerde’ zwanen, in zwaar weer, zijn imponerend. Heel anders is het Waddenlandschap van Sjoerd Gort. Prachtig geschilderd. Losse toets. Geen fijne lijntjes, maar een beetje ruig. Het werk suggereert een Waddenlandschap of wat je maar wilt. De kijker kan zijn of haar fantasie even laten gaan en dat geldt ook voor de schepen van Hans van der Kamp. Hier en daar wat ‘vegen en halen’ en het verstand doet de rest. Maar je moet wel wat afstand nemen, anders zie je de ribbels van het doek. Niet teveel verf was het devies.